NEN-EN40-5 "Lichtmasten"
De NEN-EN 40-5 "Lichtmasten"artikel 6.5.1 geeft aan dat de toegestane uitbuiging/hellingshoek van masten met uithouder ruimer is geworden. Indien u dit niet wenselijk acht maar wel masten via een aanbesteding inkoopt waarbij de genoemde NEN van toepassing is verklaard moet u uw bestek hierop aanpassen.
In de productnorm NEN-EN 40-5 Eisen voor stalen lichtmasten, maar ook in de NEN-EN 40-6, Eisen voor aluminium lichtmasten wordt in paragraaf 6 voor de berekening verwezen naar de NEN-EN 40-3-3. In deze NEN-EN 40-3-3 (Ontwerp en verificatie - verificatie door berekening) staan in paragraaf 6.5.1 een 3-tal uitbuigingsklassen genoemd voor de horizontale uitwijking. Deze zijn:
Klasse 1: 4% van de mast hoogte+uithouderlengte,
Klasse 2: 6%
Klasse 3: 10%
Vroeger werd veel de 4% gehanteerd.
In het Nederlandse voorwoord bij de NEN-EN 40-3-3 heeft de normcommissie een advies uitgebracht voor de te hanteren prestatieniveau’s.
Voor de maximum horizontale uitbuiging (tabel 3 van NEN-EN 40-3-3) adviseert de normcommissie 353 075 "Lichtmasten" om klasse 2 toe te passen.
Klasse 1 is derhalve een mogelijke besteksoptie, klasse 3 zal slappere masten opleveren tegen het advies van de normcommissie in en lijkt mij GEEN besteksoptie.
